• LOGIN
  • Geen producten in je winkelmand.

Alistair Maclean en zijn zinderende actiescènes

Als tiener dacht ik dat ik aan een bepaalde serie boeken verslaafd was geraakt. Ik had namelijk in de kerk gehoord dat alles dat je in de ban houdt en je afleidt van je christelijke verplichtingen een verslaving is. En deze boeken hielden me flink bezig. Elke vrijdagavond keek ik of er in de bibliotheek een deel stond dat ik nog niet kende. Vond ik er een, dan verslond ik die hetzelfde weekend. Ik vergat alles om me heen en als het boek uit was ervoer ik een gevoel van leegte. Ik kon niet wachten tot ik opnieuw naar de bieb kon. Gelukkig voor mij duurde mijn periode van religieus fanatisme slechts een paar jaar en daarna ging ik zelf aan het schrijven. Daarbij waren deze boeken een bron van inspiratie. In een recensie werd mijn debuutroman Neptunus zelfs met een ervan vergeleken: Poolbasis Zebra.

Krenten in de pap

De schrijver wiens boeken ik zo vaak uit de bibliotheek leende, was niemand minder dan Alistair MacLean. Deze Schotse auteur diende in de Tweede Wereldoorlog in de Britse marine op verschillende schepen. Na de oorlog studeerde hij Engels en werkte hij onder andere in een postkantoor. Als student begon hij met het schrijven van korte verhalen. Een uitgever vroeg hem om een roman. Zijn debuut Zr.Ms.Ulysses ging alleen al in de eerste zes maanden 250.000 keer over de toonbank. Zijn tweede boek De kanonnen van Navarone was ook al een succes. In totaal schreef hij 28 boeken. Meer dan de helft ervan is verfilmd. Niet alleen De kanonnen van Navarone, maar ook De genadelozen; met Clint Eastwood! MacLean vond zichzelf geen goede schrijver. Ik denk dat hij zich vergeleek met zogenoemde literaire auteurs. Want op het gebied van actiethrillers en avonturenverhalen heeft hij naar mijn mening geen gelijke.

Wat ik vooral zo waardeerde in de boeken van MacLean waren de goed opgebouwde, meeslepende actiescènes. Ik kan daarvan genieten zoals sommige muziekliefhebbers genieten van gitaarsolo’s. Het eigenlijke nummer is misschien niet eens zo geweldig, maar de solo maakt het helemaal de moeite waard. Net zo kan het plot van bijvoorbeeld een film als Alita: Battle Angel nogal tegenvallen, maar maakt de Motorball-scène me toch een fan. Voor mij zijn de actiescènes in een boek de krenten in de pap.

Alita: Battle Angel

Idealiter is een actiescène niet slechts een onderbreking van het verhaal, dient het niet slechts om adrenaline te genereren. Actie staat als het goed is in dienst van het verhaal en niet andersom. Dat betekent dat de actiescène het plot vooruit helpt, maar ook dat de actie bijdraagt aan de ontwikkeling van de personages. Als de personages na hun belevenissen in ieder opzicht dezelfde personen zijn als ervoor, heeft de scène weinig zin gehad. In mijn ervaring is de opbouw van een actiescène in veel opzichten vergelijkbaar met die van het hele plot van het verhaal. Het loont dus de moeite om van te voren na te denken over wat er gaat plaatsvinden, en vooral hoe dat moet gebeuren.

Cursus actie in verhalen

Er zijn veel verschillende manieren om actie te schrijven en in te zetten voor je verhaal, je wereldbouw en de uitwerking van je personages. Schrijfdocent, auteur en Taekwon-Do instructeur Martijn Lindeboom leert je in zij n cursus in 16 lessen meer over krijgskunsten, techniek, tactiek en strategie, hoe je realisme in je actie brengt en op welke manier je verder nog eigen onderzoek kan doen. Met meer dan 30 oefeningen ga je bovendien zelf ook praktisch aan de slag met je opgedane kennis.

Bekijk de cursus >

De confrontatie

In effectieve actiescènes is, net als in goede verhalen zelf, vaak de drie-act structuur te herkennen. Die begint met de aanleiding voor de actie. In elk goed verhaal en dus ook in elke goede actiescène is er een barrière die tussen de hoofdpersoon en zijn of haar doel instaat. Die barrière kan worden gevormd door de omgeving: de hoofdpersoon moet bijvoorbeeld een berg beklimmen, of komt terecht in een storm. In dit geval is het belangrijk dat je de natuurwetten in acht neemt. De handelingen van de hoofdpersoon moeten altijd consequenties hebben die de lezer kan herkennen. Je kunt ook een dier opvoeren als barrière, zoals een haai of een dinosaurus, of natuurlijk een ander mens. Deze tegenstander staat niet op de hoek van de straat te wachten tot de hoofdpersoon opduikt.

Poolbasis Zebra – Alistair MacLean

Elk personage in je verhaal heeft een eigen leven en dus ook een eigen motivatie. Dat geldt zelfs voor een dier. Dat valt niet zomaar iemand aan, maar wordt bijvoorbeeld gedreven door honger. Een menselijke tegenstander wil zijn of haar eigen plannen uitvoeren en wordt daarin door de hoofdpersoon tegengewerkt; of hij wil de plannen van de hoofdpersoon belemmeren. Overigens is een combinatie ook mogelijk. MacLean plaatste een confrontatie met een menselijke tegenstander vaak in een gevaarlijke omgeving. In Poolbasis Zebra weet hij de kou op de Noordpool zo indringend te beschrijven dat elk gevecht er een extra dimensie bij krijgt. Of denk aan het gevecht op de kabelbaan in De genadelozen.

Je hoofdpersoon moet trouwens zelf ook gemotiveerd zijn. Er moet voor hem of haar daarom iets op het spel staan. Misschien dreigt je hoofdpersoon het eigen leven te verliezen, of is zijn of haar geliefde in gevaar. In zo’n geval is het belangrijk de kwetsbaarheid van je personage, of diens geliefde, duidelijk zichtbaar te maken. Een almachtige held loopt nooit gevaar, dus kan het ons weinig schelen wat hij meemaakt. Daarom kiest MacLean vaak voor eenvoudige mensen in moeilijke omstandigheden, pennenlikkers die midden in de actie terechtkomen, en die het er ternauwernood met hun leven vanaf brengen.

Als lezer voel je in zo’n geval wat de hoofdpersoon voelt: angst en bezorgdheid voorafgaande aan de confrontatie, pijn en onzekerheid tijdens, en opluchting en verslagenheid achteraf. In Poolbasis Zebra weet hij zo indringend de Noordpoolkou te beschrijven dat ik zelf met de hoofdpersonen de ijsdeeltjes in mijn gezicht voelde. Het kan ook het lot van de wereld zijn dat op het spel staat. Dan moet je als schrijver duidelijk maken wat de gevolgen zijn als je hoofdpersoon niet slaagt in zijn actie. In James Bond-films wordt daarvoor een bom met een aflopende tijdklok gebruikt. Maar hetzelfde gebeurt als in De kanonnen van Navarone een soldaat met een gebroken been als enige achterblijft om de naderende Duitsers te stoppen, zodat zijn maten hun missie kunnen voltooien.

In de tweede acte loopt de hoofdpersoon vervolgens tegen zijn of haar beperkingen aan, zijn of haar pogingen de overhand te behalen worden gefrustreerd. Hij of zij besluit bijvoorbeeld met de tegenstander op de vuist te gaan, lijkt aanvankelijk te slagen, maar delft uiteindelijk het onderspit. Hierbij moet je niet in dezelfde stijl blijven schrijven als in de rest van je verhaal. Gebruik korte zinnen, beschrijf de omgeving niet uitgebreid, maar hou het bij de actie. Zo neemt de lezer de door adrenaline beïnvloedde waarneming van de hoofdpersoon over.

Het ‘deep shit point’

De zwarte kruisvaarder – Alistair MacLean

Aan het eind van de tweede acte bevindt de hoofdpersoon zich op een dieptepunt. Scriptschrijvers noemen dit het ‘deep shit point’. In de derde acte kiest hij of zij er echter voor om toch de moed niet op te geven. De hoofdpersoon zet door. Maar met een twist. Het personage pakt het niet meer aan met spierkracht, maar gebruikt zijn of haar intelligentie. Of hij of zij gebruikt een object uit de omgeving op een slimme manier. MacLean koos daarom altijd voor interessante omgevingen. Hij situeerde in Booreiland X-13 bijvoorbeeld een geweldige scène op een booreiland, waar de personages in een storm op een hoog platform moeten balanceren. De elementen die bij de twist in je scène een rol spelen kun je in een eerder stadium trouwens al laten zien. Het Chekov’s gun-principe stelt dat als ergens in het begin van het verhaal een geweer aan de muur hangt, daar in het slotstuk mee moet worden geschoten. Maar het geldt ook andersom: als er in het slot van het verhaal met een geweer geschoten wordt, moet dat in het begin ergens aan de muur hangen.

Overigens mag de overwinning van je hoofdpersoon niet puur toevallig zijn. Toevallige gebeurtenissen in je verhaal moeten het voor de lezer moeilijker maken, niet makkelijker! Je kunt dus wel een steen onder je hoofdpersoon laten wegrollen, zodat hij dreigt te vallen, maar hij mag niet opeens in veiligheid worden gebracht door een windvlaag. Net zo min mag je hoofdpersoon niet opeens een nieuwe vaardigheid bezitten zodat hij kan overwinnen, maar mag de tegenstander wel een optie achter de hand hebben. De wending aan het einde kan er trouwens ook uit bestaan dat de hoofdpersoon niet ontsnapt of overwint, terwijl je dat als lezer wel verwacht! In De zwarte kruisvaarder speelt MacLean hiermee doordat zijn personage de keuze moet maken zijn vriendin op te offeren om de lancering van raketten te voorkomen.

Aan elk ingrediënt van je verhaal moet je aandacht besteden. Het loont volgens mij de moeite om ook zorg te besteden aan de actiescènes. Misschien raken er dan lezers net zo verslaafd aan jouw boeken als ik destijds aan die van Alistair MacLean.

26 augustus 2019

0 reacties op "Alistair Maclean en zijn zinderende actiescènes"

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Fantasy schrijven

Fantasy schrijven is het online cursusplatform voor schrijvers van fantasy, sciencefiction en vergelijkbare genrefictie.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

top
© 2019 - Fantasy schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.