• LOGIN
  • Geen producten in je winkelmand.

Terug naar de Gouden Eeuw van de sciencefiction

Terug naar de Gouden Eeuw van de sciencefiction

illustratie van Een robot droomt, van Isaac Asimov

In september 2018 las ik op website Tor.com een artikel, getiteld: ‘Who Are the Forgotten Greats of Science Fiction?’. In het stuk kwam een flinke lijst auteurs voorbij. Sommige kende ik al, in elk geval van naam, zoals Olaf Stapledon, R.A. Lafferty en Leigh Brackett. Van meer dan de helft had ik nooit eerder gehoord. Het artikel en de discussie daaronder maakten dat ik meer wilde lezen van deze schrijvers. Veel van hen worden echter niet langer uitgegeven.

Toen herinnerde ik mij een doos onder in mijn kledingkast. Bijna tien jaar geleden had ik die gekregen van mijn oom. Mijn vader had altijd verteld hoe zijn oudere broers sciencefiction-pockets verzamelden. Toen mijn oom zijn zolder opruimde was er een flinke verzameling van deze boeken waar hij vanaf wilde. Of ik interesse had? Jazeker. De doos verdween echter in de kast, want op mijn boekenplanken had ik destijds geen ruimte. Uit het oog, uit het hart. Nu haalde ik hem eindelijk weer tevoorschijn. Het waren inderdaad tientallen Engelstalige pockets met korte verhalen van verschillende auteurs, allemaal uit de jaren ’50, ’60 en het begin van de jaren ’70. Er zat wat stof op en het papier was vergeeld, maar het voelde alsof ik een verloren schat had teruggevonden.

De afgelopen maanden heb ik heel wat bundeltjes gelezen, maar de bodem is nog lang niet in zicht. Ik kwam inderdaad veelschrijvers tegen uit het artikel op Tor.com en ook verhalen van auteurs die ik al kende, zoals Isaac Asimov, Frederik Pohl, Arthur C. Clarke en Larry Niven. En ik ontdekte nieuwe schrijvers zoals Zenna Henderson en Gordon R. Dickson.

Een nieuwe golf?

Mijn favoriete bundels bleken die uit de jaren ’50. Ik merk dat ik die speciaal uit de stapel zoek. De paar bundels van eind jaren ’60 en begin jaren ’70 die ik tot nu toe heb gelezen, spraken me minder aan. Ik vond de verhalen niet meer spannend, het einde bleef vaak ambigu, de personages waren niet langer wetenschappers of ontdekkingsreizigers, maar hadden alledaagse beslommeringen of bevonden zich aan de zelfkant van de samenleving. Bovendien functioneerde het fantastische element steeds vaker als symbool voor de innerlijke toestand van de mens.

Ik heb het natuurlijk over de stroming die bekend staat als de New wave. Deze beweging wordt gekarakteriseerd door een voorliefde voor het experimentele, een literaire instelling en legt de nadruk op de zachte wetenschappen zoals psychologie en sociologie. Ze ontstond in de jaren ’60, dus de schrijvers waren geïnteresseerd in drugs en Oosterse religies, deden niets liever dan taboes doorbreken, gaven seksualiteit een plek in hun verhalen en bleken pessimistisch over de toekomst. De sciencefiction van de New wave-stroming bleef vaak dicht bij huis in ruimte en tijd. ‘It is inner space, not outer, that needs to be explored,’ stelde bijvoorbeeld een boegbeeld van de stroming, J.G. Ballard. Oftewel het is innerlijk dat moet worden bestudeerd, niet wat daarbuiten ligt. De Aarde is minstens zo interessant als een planeet als Mars.

Ik snap heel goed dat veel mensen dit type sf waarderen en de verhalen die in deze richting verder gaan. Bovendien is diversiteit van vormen en onderwerpen binnen het genre een goede zaak. Wat ik niet begrijp is dat op de verhalen uit de tijd daarvoor, of recente verhalen in dezelfde stijl, wordt neergekeken. ‘Het leest als sciencefiction uit de jaren ’50’ kom ik als kritiek tegen in recensies. En juryleden bij wedstrijden zeggen: ‘Je schrijft in de stijl van Isaac Asimov. Dat kan tegenwoordig echt niet meer.’ Dit type verhalen zouden serieuze auteurs niet meer moeten willen produceren, lijkt het idee te zijn. En voor een deel ben ik ermee eens. In de pockets uit de jaren ’50 kom ik namelijk nogal eens verouderde denkbeelden tegen over sekse en ras – de helden zijn bijvoorbeeld bijna altijd blanke mannen. Ook willen techniek en wetenschap nog wel eens achterhaald blijken. Computers vullen ondergrondse galerijen en in sommige verhalen gebruiken astronauten zelfs een rekenliniaal. Maar deze werken waren niet voor niets zo populair en er zijn nog steeds veel mensen die ervan houden. Ik zie daarvoor drie redenen.

Een gevoel van verwondering

Om te beginnen staan in deze verhalen vorm en schrijfstijl niet in de weg van het verhaal. Je hoeft je niet af te vragen wat de schrijver met bepaalde woorden bedoelde en je hoeft niet te raden wat er aan het einde eigenlijk gebeurde. Structuur en stijl zijn in deze boeken middel en geen doel en ik hou van die helderheid. Zoals in een goed detectiveverhaal de dader ontmaskerd moet worden zodat de lezer niet ontevreden achterblijft, moet een goed sciencefictionverhaal een origineel idee bevatten dat leidt tot een verrassende ontknoping. ’Deze bouwstenen van een sciencefictionverhaal zijn tevens de bouwsteen van een grap,’ verklaart sf-schrijver en criticus Adam Roberts. ‘De structuur van een grap is als een zet met het paard in schaak: het leidt je langs een bepaald narratief pad om daarna met een onverwachte zwier te komen. Het kan niet worden afgedaan met een willekeurig of onconventioneel verrassend einde, want dan is het niet grappig. Maar de zwier aan het einde moet wel werken… de onverwachte twist brengt enorme voldoening. Daarom zijn grappen geweldig, en dat is, ondanks dat de inhoud compleet anders is, is waarom sciencefiction geweldig is.’

Of Other Worlds, een bundel van essays en verhalen van C.S. Lewis

Ten tweede laten deze verhalen me nadenken over wetenschappelijke ontdekkingen en inzichten, of ze doen me realiseren hoe groot het universum is. De natuur in al haar facetten is eindeloos fascinerend en daar gaan deze boeken over. Ze laten ons met andere ogen kijken naar ons heelal. Dit is het gevoel van verwondering dat goede sciencefiction oproept. Daarom ben ik het eens met Isaac Asimov, die zei: ‘Ik denk dat sciencefiction niet echt sciencefiction is als de wetenschap ontbreekt. En hoe beter en waarachtiger de wetenschap, hoe beter en waarachtiger de sciencefiction.’ Dat betekent dat de verhalen niet in de eerste plaats draaien om psychologische inzichten. Maar zoals C.S. Lewis argumenteert in zijn essay On science fiction (in de bundel Of Other Worlds) moeten de karakters geloofwaardig zijn, maar hoeven ze in dit genre niet diep te zijn. ’We moeten ervoor zorgen dat de regels van de realistische romans hun regels niet opdringen aan alle literatuur: laat het zijn eigen domein beheersen. We moeten niet luisteren naar de regel van Alexander Pope over de juiste vorm van studie van de mens. Alles is de juiste studie. De juiste studie van de mens als kunstenaar is alles wat een houvast biedt voor de verbeelding en de passies.’

Tot slot hebben de sf-verhalen uit de jaren ’50 nog een positief mensbeeld. Deze verhalen zien het individu niet als willoos overgeleverd aan invloeden van buitenaf en opwellingen uit het onderbewuste. De hoofdpersoon kan iets doen aan zijn of haar omstandigheden, door na te denken en vervolgens in actie te komen. Deze verhalen ademen geen zinloosheid uit. Het bestaan, van de mensheid en van het individu, heeft betekenis. In tijden waar we voor grote uitdagingen staan, in het bestrijden van klimaatverandering en het omgaan met populistische bewegingen, hebben we dit soort verhalen nodig. Zoals Kameron Hurley schrijft: ‘In plaats van bang te zijn voor de toekomst, is het tijd dat we deze weer omarmen, zodat we het kunnen vormen in een toekomst die we zelf willen. Angst brengt het slechtste in ons naar boven, hoop kan een betere toekomst brengen.’

Ik zie het daarom als een compliment als ik te horen krijg dat ik schrijf in de stijl van Isaac Asimov en dat mijn verhalen de sfeer hebben van de Gouden Eeuw van de sciencefiction. Wat mij betreft is die Gouden Eeuw nog lang niet voorbij.

0 reacties op "Terug naar de Gouden Eeuw van de sciencefiction"

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Fantasy-Schrijven

Fantasy-Schrijven is het online cursusplatform voor schrijvers van fantasy, sciencefiction en vergelijkbare genrefictie.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

top
© 2019 - Fantasy-Schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.