Twee schrijvers, één verhaal

Mijn eerste poging om een boek te schrijven startte toen ik dertien was. Een vriend kwam met het idee om de beurt een pagina te typen. Had hij een pagina af, dan ging ik verder. Ik was enthousiast. Na vier hoofdstukken hield hij er echter al mee op. Tegen die tijd had ik de smaak te pakken en ging ik in mijn eentje verder.

Samenwerken

Dat we met z’n tweeën een boek zouden schrijven was niet eens zo vreemd. Anders dan het vaak wordt voorgesteld in films en televisieseries zijn auteurs namelijk niet altijd introverte lieden die aan hun epos zwoegen in totale afzondering, slechts begeleid door het ratelen van hun vingers over het toetsenbord. Soms komen schrijvers uit hun achterkamertjes naar buiten om de echte wereld te bezoeken en soms kiezen ze er zelfs voor met andere creatievelingen samen te werken, zelfs met andere schrijvers. Boeken zijn strikt genomen toch al niet het product van één persoon, aangezien er altijd ook proeflezers, een redacteur, een corrector en een opmaker aan werken. En soms werkt er niet één schrijver aan mee, maar twee. Iedereen kent bijvoorbeeld Nicci French, het pseudoniem van Nicci Gerrard en Sean French. In het fantastische genre komt samenwerking ook voor, denk aan de boeken van Margaret Weis en Tracy Hickman of de sf-verhalen van Larry Niven en Jerry Pournelle. Ook iemand als H.P. Lovecraft werkte geregeld met andere schrijvers aan verhalen.

Voor schrijvers kan samenwerking goed uitpakken omdat de ideeën van een ander je eigen verbeelding kunnen aanwakkeren. Bovendien wordt je uitgedaagd om buiten je eigen hokjes te treden en te schrijven over thema’s of personages waar je uit jezelf wellicht niet aan gedacht zou hebben. Idealiter komen de beste kwaliteiten van twee schrijvers samen, waardoor een uniek verhaal tot stand komt, dat anders niet zou hebben bestaan. Dat zag ik ook in en dus begon het ondanks de teleurstellende ervaring van het begin van mijn schrijfcarrière toch weer te kriebelen.

Met wie werk je samen?

Good omens – Terry Pratchett & Neil Gaiman

In maart 2018, op de verjaardag van een medeschrijver, vroeg ik Theo Barkel of hij niet eens met mij samen een verhaal wilde schrijven. Ik had er van tevoren goed over nagedacht met wie ik wilde samenwerken. Het moest iemand zijn wiens schrijfstijl een beetje bij de mijne aansloot, en van Theo weet ik dat hij goede actiescènes schrijft waarbij het voelt alsof je er zelf bij aanwezig bent als lezer. Als je als schrijvers op dit punt teveel van elkaar afwijkt zullen lezers kunnen aanwijzen welk deel afkomstig is van de ene schrijver en welk deel van de andere. In de serie The Long Earth van Stephen Baxter en Terry Pratchett is het soms heel duidelijk dat de grappige passages van de ene auteur afkomstig zijn en de droge wetenschappelijke speculatie van de ander. Maar we moesten elkaar ook op een bepaalde manier aanvullen. Ik weet dat Theo graag wat humor in zijn verhalen verwerkt, terwijl ik iets beter ben in beschrijvingen van personages en omgevingen. Tijdens het schrijfproces probeerden we allebei iets meer zoals de ander te schrijven. Ik bracht meer humor in mijn stukken aan, Theo iets uitgebreidere beschrijvingen. Aan het eind was het moeilijk nog aan te wijzen welk deel van het boek door wie geschreven was. Zo hoort het ook. Terry Pratchett en Neil Gaiman hadden dezelfde ervaring na het schrijven van Good Omens. In een interview achterin mijn editie van het boek las ik: ‘Het moment waarop ze zich allebei realiseerden dat hun tekst een eigen leven was gaan leiden was in de kelder van het oude Gollancz books, waar ze bij elkaar waren gekomen om de laatste proefdruk door te nemen. Neil feliciteerde Terry met een regel waar Terry van wist dat hij die niet geschreven had en Neil wist ook zeker dat hij niet van hem was. Allebei vermoedden ze eigenlijk dat het boek op zichzelf tekst was gaan genereren, maar publiekelijk willen ze dat geen van beiden toegeven omdat ze anders raar aangekeken zouden worden.’

Natuurlijk moest degene met wie ik zou samenwerken iemand zijn die in dezelfde type verhalen geïnteresseerd zou zijn als ik. Theo had nog geen sf-roman op zijn naam staan, alleen horror en humoristische fantasy, maar hij is wel liefhebber van het genre, is hoofdredacteur geweest van Perry Rhodan-magazine SF Terra en is er nog steeds enthousiast over dat hij Arthur C. Clarke eens over de telefoon heeft geïnterviewd. Ikzelf schrijf geen politieboeken of detectives, maar heb daar wel genoeg van gelezen. Stephen Baxter heeft samengewerkt met diverse schrijvers, onder andere Arthur C. Clarke en Terry Pratchett. ‘Ik denk dat wat we allemaal gemeen hadden ons enthousiasme was,’ zegt hij in een interview. ‘We hadden allemaal een gedeelde achtergrond in wat we hadden gelezen. Dat gold zelfs voor Clarke, die veertig jaar ouder was dan ik. Enthousiasme voor de achtergronden van onze onderwerpen en voor het schrijven in zichzelf. Natuurlijk was Terry een heel ander soort schrijver dan Alastair Reynolds of Clarke, maar als een jonge lezer was hij een sf-fan. Zijn eerste verhalen waren ook sciencefiction.’

Voor Theo en mij geldt dat het resulterende boek, De quantumdetectives, niet iets is wat we ieder op onszelf zouden hebben geschreven, maar wel tot een genre behoort dat we allebei waarderen.

Hoe ga je te werk?

Voor de zomer van 2018 kwamen Theo en ik een middag bij elkaar om te bespreken wat voor verhaal we samen zouden schrijven. Het zou een sf-verhaal worden, zoveel wisten we wel, maar verder? Theo bleek al jaren met een idee rond te lopen, niet veel meer dan een beeld: een lijk op de snijtafel van een patholoog, waarbij er draden onder de huid zouden lopen. We praatten er samen over waar dat lijk zou zijn gevonden en wat ermee aan de hand was. Uiteindelijk ontstond er een plot. Dat werkten we vervolgens uit over de mail, tot er een verhaal begon te ontstaan. Ikzelf maakte er een hoofdstukindeling van.

Voor Stephen Baxter en Alastair Reynolds ging het ongeveer op dezelfde manier toen ze samen The Medusa Chronicles schreven. ‘Om te beginnen wisselden we in een hoog tempo e-mails, ideeën en telefoontjes uit, waarbij we op een heleboel ideeën kwamen,’ vertelt Stephen Baxter. ‘Daarna ontmoetten we elkaar op de World SF convention in Londen in 2014. Het was maar een halve dag, maar tegen die tijd hadden we al stapels materiaal om mee te werken. We hadden daarvoor al wel een idee hoe we verder zouden gaan, maar tijdens die ontmoeting werd het concreter. We verdeelden het werk in zes delen. Het hele boek zou sowieso een episodische structuur krijgen, dus we konden het mooi onder onszelf verdelen.’

Theo en ik kwamen voorjaar 2019 nog een keer bij elkaar om de laatste zaken te bespreken. Vooral hoe we het samen schrijven zouden aanpakken. Ons verhaal zou niet episodisch zijn, dus we spraken af dat we om de beurt zouden schrijven. Eerst de één een stuk en dan de ander. We zouden vervolgens elkaars stukken doorlopen en waar nodig redigeren of herschrijven. Hiervoor gebruikten we Google docs, zodat we in hetzelfde document konden werken; een tip van Tais Teng en Jaap Boekestein. We konden bij de tekst tegelijk opmerkingen plaatsen als we iets wilden veranderen omdat we een idee hadden voor later in het verhaal.

Het was een makkelijkere manier om samen te werken dan hoe Neil Gaiman en Terry Pratchett het deden toen ze Good Omens schreven. In het interview krijgen ze de vraag: ‘Hoe pakten jullie het aan?’. Hun antwoord: ‘Voor het grootste deel door twee maanden lang een paar keer per dag opgewonden tegen elkaar te schreeuwen door de telefoon en door meerdere keren per week een floppydisk met tekst naar de ander op te sturen. Tegen het einde van het schrijfproces deden we wel een poging om te werken via digitale communicatie via 300/75 baud modems, maar als middel om te communiceren bleek dit zelfs minder efficiënt dan onderwater jodelen.’ Voor de schrijvers van nu maakt het internet samenwerken gelukkig makkelijk. Theo en ik lieten de uiteindelijke tekst lezen door proeflezers en kwamen nog een keer bij elkaar om alles door te lopen en samen een nawoord en een achterflaptekst te schrijven. Toen was het gereed en hoefden we slechts af te wachten tot De quantumdetectives het licht zag.

Ondertussen is de nare smaak van het samenwerkingsproject uit mijn tienertijd weggewassen en ik kijk ernaar uit mijn talenten te combineren met die van meer andere schrijvers. Een project samen met Anthonie Holslag zit bijvoorbeeld al in de pijplijn. Ik kan het iedereen aanraden eens met een andere schrijver samen te werken. Je leert er heel veel van en levert fascinerende resultaten op!

3 maart 2020

0 reacties op "Twee schrijvers, één verhaal"

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2019 - Fantasy schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.