• LOGIN
  • Geen producten in je winkelmand.

Voorlopers: Belcampo, wel bijzonder maar geen uitzondering

Dolores Dolly Poppedijn, Thomas Olde Heuvelt

Er kan er maar één zijn.” Aan dit citaat uit een al wat oudere fantasyfilm moest ik denken toen ik een interview las met Thomas Olde Heuvelt, ter gelegenheid van het actieboek voor de spannende boeken weken dat in 2019 door hem werd geschreven. De journalist in kwestie noemt Olde Heuvelt “de enige echte horrorschrijver in Nederland”. De interviewer hechtte in dit geval kennelijk aan het romantische idee van die ene schrijver die anders is dan de rest.

Dit deed me denken aan de keer dat ik met mijn leraar Nederlands op de middelbare school sprak over de fantastische genres. Die wilde ik graag lezen voor de lijst. Hij kwam niet verder dan Wim Gijsen, die volgens hem de enige fantasyschrijver was uit het Nederlandse taalgebied. Het werd niet letterlijk zo gezegd, maar ik kreeg de indruk dat ik me daar maar tevreden mee moest stellen. Toen ons op school verteld werd over Belcampo had dat dezelfde ondertoon. Zijn verhalen waren geweldig, fantasievol, verrassend en onderhoudend, maar hij was de uitzondering die de regel bevestigt. In de Nederlandse literatuur was slechts plek voor één auteur die het fantastische genre beoefende. Natuurlijk zijn het er meer. Olde Heuvelts eigen Hugo-winnende De vis in de fles zou bijvoorbeeld zo in het Belcampiaanse genre passen. Wij kregen Belcampo echter onderwezen als een eenling, een zonderling. Niet iemand die deel was van een genre.

Bij het voorbereiden van dit essay kwam ik een paar illustratieve quotes tegen. Zo schreef Piet Grijs ooit: “Onder de levende Nederlandse schrijvers is hij … de enige die krankjoreme dingen bedenkt en opschrijft.” (Op de plek van de puntjes voegde hij nog toe: “met Raoul Chapkis en Sybren Polet”, maar zijn punt blijft.) Bordewijk vond Belcampo’s fantasie merkwaardig oorspronkelijk, zeer bijzonder, “zelfs onnederlands”. Battus doet in 1990 in de Volkskrant zijn uiterste best Belcampo toch vooral een uitzondering te laten blijven: “Het lukt niet om Belcampo’s werk in een van de bestaande genres te rangschikken. Ik zou een nieuw genre willen invoeren: het idee-verhaal. Bijna altijd is de clou van het fantastische verhaal een idee dat in één zin is op te schrijven. Het hele verhaal is erop gericht om dat ene, verrassende, idee over te brengen.” Misschien ligt het aan mij, maar is dat niet een definitie van het fantastische genre als zodanig? Het ‘Wat als …’-verhaal? Hoe goed de verhalen van Belcampo ook zijn, hij vond heus niet als eerste het wiel uit. Ik weet in elk geval van mezelf dat ik zijn verhalen juist zo wist te waarderen, omdat ik al jaren een gretig lezer was van sciencefiction en fantasy.

Bizarre verhalen

De verhalen van Belcampo las ik voor het laatst op de middelbare school. Ze staan me echter nog steeds helder voor de geest, zo spraken de ideeën achter de verhalen tot de verbeelding en zo helder waren ze opgeschreven. Ik herinner me bijvoorbeeld het macabere Bladzijde uit het dagboek van een arts. Een huisarts krijgt bezoek van een vriend die hij al een tijd niet gezien heeft. Eerst lijkt de man op zijn knieën te zitten, maar de hoofdpersoon ziet al snel dat hij geen benen heeft en nog maar één arm. De man vertelt hoe dat zo gekomen is en het verhaal eindigt met de fantastische slotzin: “Ik heb lang geaarzeld, maar tenslotte heb ik hem mijn medische hulp niet ontzegd.

Conquistador, Johan Klein Haneveld

Ik herinner me ook heel goed een verhaal waarvan ik de naam ben vergeten, waarbij de hoofdpersoon plotseling door de mensen in zijn omgeving niet meer herkend wordt. Zijn vrouw kent hem niet meer, zijn collega’s niet meer, niemand. Verward zwerft hij door de stad waarin iedereen hem voor een vreemde houdt. Hij is bijna opgelucht als hij door een politieagent wordt aangehouden, als een beruchte misdadiger.

Een van de mooiste verhalen vond ik Het verhaal van Oosterhuis. Dit is eigenlijk een soort ‘verloren wereld’ verhaal, waarin iemand terecht komt in een van de buitenwereld afgesneden omgeving. Ditmaal op de bodem van een ravijn, waar zelfs insecten leven met grote ogen, aangepast aan de schemerige wereld in de diepte. Oosterhuis raakt gehecht aan de mensen daar en hun manier van leven, tot hij ontdekt hoe hun beschaving aan genoeg te eten komt… Een van de eerste korte SF-verhalen die ik als tiener schreef, De ravijnen van de nacht, over een kloof waar elke dag maar kort de zon tot de bodem doordringt, was gebaseerd op deze vertelling. De invloed ervan is ook nog aanwijsbaar in mijn verhaal De klim, te lezen in mijn bundel Conquistador.

Je zou Belcampo’s verhalen volgens mij als horror kunnen classificeren. Zijn bekende novelle Het grote gebeuren gaat bijvoorbeeld over demonische wezens die mensen naar de hel voeren. Maar de ironische toon van de schrijver zorgt dat je als lezer wat op afstand blijft. Daardoor is het niet de angst of walging die indruk maakt, maar het verontrustende idee. Ik ben niet de enige die dit heeft opgemerkt. Zo schrijft Karel Osstyn: “Zijn verhalen zijn een kritisch protest tegen een fantasieloze wereld. Maar hij camoufleert natuurlijk die onderliggende ernst in zijn werk. Met fantasie zelf probeert hij de lezer de ogen te openen, met ironie bereikt hij meer dan een gortdroge theoreticus zou kunnen.” Zijn essay De ironie van Belcampo is erg interessant om te lezen.

De schrijver zelf

Belcampo was de pennaam van Herman Pieter Schönfeld Wichers (‘Belcampo’ is de Italiaanse vertaling van ‘Schönfeld’). Wichers werd geboren in 1902 en groeide op in Rijssen. Hij studeerde eerst rechten en werkte op een advocatenkantoor. Later begon hij aan een studie geneeskunde. Hij werd huisarts in Bathmen en behandelde later in Groningen studenten.

Zijn eerste bundel verhalen De verhalen van Belcampo bracht hij in 1934 uit in eigen beheer. Markant is dat Rijssen nooit een standbeeld van hem heeft willen neerzetten. Zijn beschrijving van de eindtijd in Het grote gebeuren was in het Christelijke bastion duidelijk niet in goede aarde gevallen. Belcampo is bijna dertig jaar na zijn overlijden in 1990 niet vergeten. In 2015 verscheen nog een verfilming van een van zijn verhalen, De surprise, met Jeroen van Koningsbrugge en Georgina Verbaan, en in verband daarmee een gelijknamige bundel met zijn verhalen. Ik hoop alleen dat lezers die op die manier kennismaken met Belcampo er niet van uitgaan dat hij de enige Nederlander is die fantastische verhalen kan schrijven. Belcampo is net als Olde Heuvelt wel heel bijzonder, maar ze zijn geen uitzonderingen.

0 reacties op "Voorlopers: Belcampo, wel bijzonder maar geen uitzondering"

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2019 - Fantasy schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.