• LOGIN
  • Geen producten in je winkelmand.

Wat denken die slechteriken wel niet?

Er is een interessante scène in het eerste hoofdstuk van Het Oog van de Wereld, deel 1 van de serie Het Rad des Tijds van Robert Jordan. Toen ik het voor het eerst las, ergens in 1994, realiseerde ik me nog niet dat het gek was. Het was op zich namelijk een redelijk veel voorkomende gebeurtenis in een fantasyboek: een angstaanjagend figuur in een zwarte mantel (noem hem geen nazgûl) verschijnt op de weg, staart naar de hoofdpersoon (in dit geval Rhand Altor) en alles wijst erop dat deze gast voor problemen gaat zorgen. En dat gebeurt ook, een soort van.

Later die avond komt de myrddraal (dat is hoe Jordan deze figuren noemt) namelijk met een aantal van zijn trolloks naar de boerderij van Rhand en zijn vader, en proberen ze hem te vermoorden. Het is een superspannende scène, en een van de vijftienduizend keer dat de dienaren van de Duistere Heer Rhand proberen te vermoorden; die achteraf dus een behoorlijk belangrijk persoon blijkt te zijn. De vraag is: waarom deden ze het niet eerder, daar op die afgelegen weg?

Het antwoord: de myrddraal is incompetent.  Het is zijn taak om Rhand (en zijn vrienden) te vinden en te vermoorden, en hij had het daar op pagina 2 kunnen doen. Een afgelegen weg, niemand die kijkt en geen enkele bescherming. Het is in ieder geval een poging waard! Het is waar dat de myrddraal niet precies weet wie Rhand is. En het is waar dat Tham, de vader van Rhand, behoorlijk goed is met een zwaard. Toch is het niet alsof de dienaren van de Duistere Heer bekend staan ​​om hun strategische visie of tactische finesse. Of dat de Duistere enige spijt zou voelen als per ongeluk de verkeerde mensen worden omgelegd. Dit is een kind dat het profiel van je gezochte persoon past – waarom niet de kans grijpen? De myrddraal verdwijnt echter gewoon… Het is een onheilspellende scène, maar een nutteloze. Wie heeft deze sukkel ingehuurd?

Het klinkt misschien alsof ik hier heel streng ben voor Robert Jordan, maar dat is niet mijn bedoeling. Het verbazingwekkende is dat dit kleine moment me niet stoorde toen ik het boek de eerste keer (of de tweede of de derde keer) las. Pas later, toen ik aan boek acht begon, dacht ik: ‘Bloed en bloedige as! (zie het artikel van Joe Abercrombie over vloeken in fantasie), het hele verhaal had op pagina twee over kunnen zijn, als die myrddraal zijn hoofd niet had begraven in zijn griezelige kont. Wat een geluk voor het Licht dat de Duistere geen nazgûl heeft.’

Aan de andere kant, als je er even over nadenkt, zijn de nazgûl van Tolkien niet veel beter, tenminste aan het begin van In de ban van de Ring.

Eigenlijk komen dergelijke momenten veel vaker voor in de fantasy. Zowel de schrijver als de lezer besteden vaak zoveel tijd aan het nadenken over de beweegredenen van de hoofdrolspelers dat de denkprocessen van de schurken over het hoofd worden gezien. En dat gaat dan niet alleen over bizarre tactische keuzes. De meest voor de hand liggende vraag die bijna altijd de kop opsteekt, is bijvoorbeeld: waarom willen slechteriken altijd in een godvergeten oorden wonen? De consistentie is opvallend: Mordor is een sleur, het land ten noorden van de Muur waar de Anderen wonen is een sleur, de Duistere van Robert Jordan hangt zelfs rond in een plaats die de Verwording wordt genoemd … de lijst gaat maar door. Om de een ​​of andere reden lijken de antagonisten zelden een wereld te willen die gevuld is met natuurlijk licht en heerlijke groenten. Raadselachtig. Je kunt toch nog steeds moorden, plunderen en algemene chaos verspreiden in een universum dat rijpe courgette en gardenia’s bevat?

(Saruman denkt dat niet – hij heeft een hekel aan bomen.)

In alles, van tactiek tot esthetiek tot milieu-ethiek, hebben de slechteriken een bizarre, soms incoherente psychologie. De echte vraag is: maakt het uit? Het irriteert mij soms, maar vaak genoeg als ik voor het eerst een roman lees of de eerste keer dat ik een film bekijk ook weer niet. Zoals ik hierboven vermelde, verslond ik Het Oog van de Wereld toen het voor het eerst uitkwam, en herlas het daarna met veel genoegen. Het is een hoop werk om over een ​​consistente psychologie voor elk personage na te denken, en als de slechterik er niet echt behoefte aan heeft, zou de auteur er dan moeite voor moeten doen?

 

Wij zijn benieuwd: In hoeverre zijn jullie als lezer/schrijver bezig met de motivatie en achtergrond van de antagonisten? Laat het ons hieronder weten!

0 reacties op "Wat denken die slechteriken wel niet?"

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2018 - Fantasy-Schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.
X