• LOGIN
  • Geen producten in je winkelmand.

Dicht bij de bronnen en toch origineel

Hoe kun je Oermotieven op een goede manier gebruiken?

Sprookjes, mythen en sagen gaan al eeuwenlang de wereld rond, en elementen daaruit vormen nog steeds de basis van moderne literatuur. Van monsters tot schelmen, van spannende queesten tot de eindstrijd: er zijn talloze voorbeelden te vinden in de oerverhalen. Maar welke voorbeelden zijn nuttige of juist totaal onbruikbare bouwstenen voor jouw eigen verhaal? Laten we kijken naar een paar voorbeelden.

Kleinschaliger

Iets dat zeker geleerd kan worden van de oerverhalen is dat de problematiek ook kleinschaliger kan werken. Een verhaal is niet alleen interessant als het lot van de hele wereld op het spel staat, of als er een grootschalige veldslag uitgevochten moet worden. Helden uit heldendichten, meestal vorstenzonen, redden hoogstens hun vaderland; boerenzonen uit sprookjes redden vooral prima zichzelf. Sprookjes en sagen kunnen een heel spannende, geheimzinnige wereld voortoveren met een paar hoofdpersonen en een kwaad dat maar uit één wezen bestaat. Zelfs godenverhalen, Griekse, Noorse en andere, zijn niet altijd zo groots opgezet en behandelen vaak de bijna knusse en soms zelfs komische bezigheden van een groepje goden en godinnen.

Van het verslaan van een leger door middel van een grootschalige veldslag naar het verslaan van een draak is niet zo’n grote stap. Het verslaan van een draak (of ander monster) is absoluut een oermotief, maar het is al even ingewikkeld om het boeiend te maken als voornoemde veldslag. Dat er geknokt gaat worden en dat de held de sterkste blijkt te zijn weten we ook hier wel. Verschillende soorten oerverhalen wijzen de weg naar hoe er meer mee gedaan kan worden.

In sprookjes is niet zozeer het doden van de draak zelf interessant, als wel de valse vriend of helper die met de eer gaat strijken. De held valt in slaap en de gemenerd neemt de drakenkoppen mee naar de prinses. De held moet dan vervolgens allerlei slimmigheden uithalen om toch met de prinses te kunnen trouwen.

In heldenverhalen zijn verschillende variaties mogelijk. In het Eddalied Fáfnismál overwint Sigurd de draak Fáfnir niet alleen, ook houdt hij een uitgebreid gesprek met hem, waarin allerlei onheil wordt voorspeld. De lezer weet dat dat uit gaat komen, dat Sigurd ten ondergang is gedoemd. Tolkien heeft het motief van het gesprek met de draak overgenomen in het verhaal van Turin Turambar.

In een variant van het verhaal van St. Joris (St. George) wordt de draak niet verslagen maar tam gemaakt en zelfs tot het christendom bekeerd. Of je daar als moderne schrijver iets mee doen kunt is de vraag. Kenneth Grahame ging nog een stapje verder in The reluctant dragon door St. George met een draak te laten vechten die liever gedichtjes schreef en van het hele gevecht een schijnvertoning te maken.

Verschillende geschikte motieven

Wat zijn verder motieven uit oerverhalen waar je als schrijver wat mee kunt doen? De (verborgen) schat is natuurlijk een heel duidelijke; de dankbare dieren een andere. In fantasyromans komen ze niet heel veel voor, vooral niet in die fantasyromans die zichzelf beperken tot bovennatuurlijke oorlogsromans. Toch valt er juist met dit soort motieven veel origineels te doen.

 

Het idee van dieren met menselijke trekjes, al dan niet sprekend, is een oermotief dat een eenheid in de hele levende natuur suggereert, misschien niet meteen magisch maar wel mythisch en sprookjesachtig, vaak interessanter dan expliciete tovenarij. De dankbare dieren in sprookjes hebben echter iets stereotieps: de held bewijst ze een weldaad en later helpen ze hem daarvoor bij een moeilijke opdracht. Hier valt iets eigens van te maken door de hulp aan de dieren onbedoeld te laten zijn, en/of de uitingen van dankbaarheid van de dieren goedbedoeld maar ongewenst.

Schatzoeken wordt ook in diverse oerverhalen al gecombineerd met de meest uiteenlopende interessante motieven. Het, hierboven al genoemde, doden van een draak die de schat bewaakt is er daar één van. Sigurd/Siegfried roept onheil over zich af door de schat van de Nibelungen te veroveren. Onheil en schatten gaan vaak samen. Zo bestaat er een verhaal over iemand die ’s nachts een schat opgroef, maar wist dat hij zijn ziel  aan de duivel zou verkopen als hij ondertussen maar één woord sprak. Hij houdt stand tegenover allerlei verschijningen die hem daartoe willen verleiden, maar valt voor de onnozelste.

De kern van het vinden van een schat, vooral bij verhalen die de ronde deden onder boeren en werkvolk, is natuurlijk het verlangen naar grote rijkdom. Die droom heeft tegenwoordig iets banaals, en daardoor is het thema niet meer bruikbaar op dezelfde manier als in sprookjes en sagen. Maar rond schatten hangt ook vaak iets geheimzinnigs. Zo worden ze vaak ontdekt met behulp van spookverschijningen die er elke nacht weer naar terugkeren, omdat ze er oneerlijk aan zijn gekomen of verzuimd hebben het geld onder de armen te verdelen.

Ook dromen kunnen een rol spelen bij de ontdekking van schatten. Een van de meest intrigerende verhalen in dit verband is dat van de dromende man uit wiens mond een muis liep, een holletje in een heuvel binnenging en later terugkeerde in de mond van de man, waarna deze ontwaakte en vertelde dat hij van een onmetelijke schat had gedroomd. In de heuvel blijkt zich inderdaad een, zij het iets kleinere, schat te bevinden. Het thema van dit verhaal is natuurlijk niet alleen die schat, maar vooral ook de ziel die in de vorm van een klein dier het lichaam kan verlaten.

De oerverhalen bevatten dus genoeg stof om uit te putten voor geheimzinnige en avontuurlijke schatzoekerij. De kunst blijft om dit soort motieven over te nemen en er toch iets eigens van te maken. In het Bommelverhaal De wisselschat doet Marten Toonder dat door de schat, gemaakt door Kwetal de dwerg, steeds van inhoud te laten veranderen; hij is precies datgene wat degene die de deksel opent wenst, maar juist dat zorgt voor veel problemen.

Nauwgezet of losser

Gebruik maken van oermotieven kan heel nauwgezet gebeuren, of zó los dat de motieven meer een aanleiding zijn om je eigen ding te maken dan dat ze echt een fundament van je verhaal vormen. Onder de eerste groep vallen veel navertellingen van Arthur-legenden, hoewel daarbinnen ook weer flinke variatie bestaat: van het zo mooi mogelijk navertellen voor een modern publiek tot het nadrukkelijk inbrengen van eigen ideeën over de middeleeuwen, Keltische cultuur of vrouwenemancipatie. Toch wordt in bijna alle gevallen niet afgeweken van de oorspronkelijke middeleeuwse verhalen, hoogstens wordt er wat bij verzonnen.

Harry Potter-verhalen liggen dicht bij het andere uiterste. Tovenaars duiken hier op in een parodie op een Engelse kostschool. Zwerkbal en Smekkies-in-alle-smaken spelen een grotere rol dan de traditionele motieven uit mythen  en legenden. Wel hangt er voortdurend een eindstrijd tussen goede en kwade tovenaars in de lucht, maar dat is, zoals boven al opgemerkt, veeleer een fantasymotief dan een echt oerverhalenmotief. Veel mensen lopen dan ook weg met Harry Potter, terwijl er ook zijn die een wat traditionelere en geheimzinnigere entourage prefereren, met wouden, kastelen en eenzame lieden in kleine hutjes.

Er zijn ook fantasyschrijvers die dwergen, elfen, heksen, draken en andere oerwezens expres uit hun verhalen weglaten, en ook een heel andere wereld scheppen dan in de traditionele verhalen. Dat biedt mogelijkheden, maar de reden waarom het gebeurt is vaak een misverstand: de oermotieven zouden ‘afgezaagd’ zijn.

De oermotieven hebben eeuwenlang en misschien nog wel langer boeiende verhalen voortgebracht en kunnen dat nog een hele tijd blijven doen. Ze hebben hun kracht bewezen, op een manier die maar weinig door één schrijver verzonnen werelden ze nadoen. Daarbij kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat veel fantasyschrijvers de oerbronnen niet voldoende kennen en dat is jammer. De sprookjes van de gebroeders Grimm, de Proza- en de Poëzie-Edda en een goede bundel Arthurverhalen, dat is toch wel een minimumbasis die je zou moeten hebben gelezen, al is het maar om te zien wat jou aanspreekt en wat niet, en waar je uit kunt en wilt putten.

 

Vond je dit een interessant artikel en wil je meer met oerverhalen doen, volg dan de cursus Leren van het oerverhaal, van Eisso Post.

7 december 2018

0 reacties op "Dicht bij de bronnen en toch origineel"

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2018 - Fantasy-Schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.
X