• LOGIN
  • Geen producten in je winkelmand.

Heren der Duisternis heten zelden Jan-Willem

Hoe je de juiste fantasynamen kiest voor je personages

“Hoe kies ik nu de juiste namen voor mijn heldinnen, ridders en monsters?”

Het is een van de meest gestelde vragen die ik krijg als docent,en tegelijkertijd een van de leukste uitdagingen als schrijver. Een goed gekozen naam kan lezers transporteren naar een andere wereld, terwijl een slecht gekozen naam ze compleet uit het verhaal trekt. Hoe ik en andere schrijvers dat doen? Dat leer je hieronder. Ook geef ik je twee praktische opdrachten om zelf aan de slag te gaan!

Laten we allereerst eens bij de grootmeester te rade gaan. Tolkien (die van In de ban van de ring) heeft beslist hard en lang over taal nagedacht en dus ook over namen. Bekijk deze onderstaande namen eens en probeer een eenvoudige indeling te maken in goed en slecht:

  • Frodo Balings
  • Aragorn
  • Gandalf de Grijze
  • Nazgûl
  • Sauron
  • Legolas
  • Mordor
  • Tom Bombadil
  • Galadriel
  • Saruman de Witte
  • Gollem
  • Gríma Slangtong

Tom Bombadil, Legolas en Galadriel klinken melodieus. Ze hebben een soort ingebouwd wijsje en je kunt ze zo uitzingen. Nu nemen we Nazgûl, Mordor, Sauron en Gollem. Spreek ze hardop uit en je merkt de veel grommerigere klanken. Je kunt ze absoluut niet zingen. Vooral Mordor en Sauron veroorzaken een nare rollende R. Gríma Slangtong heeft dat dubbelop. Niet alleen gromt die Grìma maar een naam als Slangtong geeft ook te denken. Je ziet ook dat de namen van de slechten veel korter, bijna kortaf zijn vergeleken met de vriendelijker namen.

Saruman de Witte begint ook te grommen, maar de Witte lijkt dat te corrigeren. Dat hij uiteindelijk toch slecht blijkt te zijn, maakt dat mooi ironisch. Een toevoeging aan een naam bepaalt ook al veel. Je ziet eerder de Witte en Slangtong en beoordeelt daar het personage op.

Nominatief determinisme

Het kan ook iets iets subtieler. Iemand die Jip Snel heet, is al meteen geloofwaardiger als marathonloper dan Moshe Sloomo. In de echte wereld blijkt dat ook te werken: iemand met de achternaam Slim blijkt een grotere kans te hebben als hoogleraar te eindigen dan Domisse. In Engeland zou mevrouw Slim (Slank) voortdurend aan het diëten zijn om een slanke taille te houden.

Er bestaat zelfs een mooie term voor: nominatief determinisme. Wat je beroep wordt, komt deels voort uit de naam die je draagt. Vroeger was dat helemaal duidelijk: iemand die deeg kneedde, heette Bakker, Joris Ketellapper was met soldeer en kapotte pannen in de weer.

Ook in een klassieke fantasywereld kun je iemand zonder probleem naar zijn beroep noemen. De Romeinen kenden dat effect overigens al: Nomen est omen kun je vertalen als je naam is een voorteken.

Een paar regels

De Ring van Ardek – Tais Teng

De namen van hogere wezens als elfen worden gevoelsmatig al legitiemer als ze melodieus klinken en mogen aardig wat lettergrepen hebben. Zorg alleen dat ze genoeg klinkers hebben. Maar misschien is regel een eigenlijk: maak een naam zo dat je hem ook makkelijk kunt uitspreken. Lothlorien en Brellendil lopen prima. Gnd’krch-Heddrgh bezorgt je een spontane hoestbui.

De namen van duisterder lieden moeten grommen, sissen of iets toeslaands hebben. Morgrar gromt, Slishlit heeft een ingebouwd slangengevoel. Krith, Smarg, Dekh, Snark komen behoorlijk agressief over. Denk aan de dichtslaande kaken van een reuzenschildpad. Neem Tjak! als voorbeeld en bouw daarop voort.

Als ik even naar mijn eigen werk kijk, zie ik dat ik het al vanaf het begin toegepast heb. Mijn eerste boek heette De Ring van Ardek, Mijn tweede De heerser van Mordan. Het waren beide griezelboeken en dat merk je meteen aan de naam. Mordan was natuurlijk een verwijzing naar Mordor. Een woord dat op een bekender woord lijkt lift als het ware mee op dat andere woord.

In mijn Gezocht door de Tijdpolitie komt een stad voor die Lantsjoelai-aan-zee heet. Dat is ook een heel bruikbare truc: koppel een exotisch woord aan iets bekendst. Het doet iets heel raars en interessants met je hoofd: eigenlijk voelt het alsof het niet mag en daarmee heb je al meteen de aandacht van je lezer getrokken. Probeer maar eens uit: Samarkand-aan-de-Rijn, Bad Zevenhuizen, Rad-al-Heemskerk, Santa Maria del Breederode.

Neem een bestaande taal als uitgangspunt

Een naam voelt ook meteen klassiek en fantasy-achtig aan als je er een Griekse of Latijnse uitgang achter zet. Neem Mordor. De -or uitgang is Grieks. En wat denk je van Etlador, Huminior, Vellidor? Hetzelfde geldt voor de Griekse -on uitgang: Moreion, Hesmadon. Of de ’-os’: Philippos, Maradinos. Het Latijnse ‘us’ of ‘ius’ is ook bruikbaar: Gordalphus, Samelius. Een paar ingevoegde ‘h’s’ zijn ook nooit weg: Cthulhu, Shub-Nuggurath. De ‘h’ truc wordt veel gebruikt voor minder aardige goden en demonen.

Je kunt er ook een naam achter plakken met een tussenvoegsel in het midden, het liefst van een van de niet Westerse talen. Neem Arabisch: Abdul al Shem, betekent Adbul uit de stad Shem, net als ons ‘van’ of het Duitse ‘von’. Met Abdul ben Abdul heb je Abul de zoon van Abdul. Het tussenvoegsel ‘ibn’ of ‘abd’ betekent ‘dienaar’ of ‘slaaf van’. Dit is overigens kennis die nog in mijn hoofd rondhing na het schrijven van De Grijns van de Djinn.

Uit andere talen heb je ‘del’, ‘de la’, of ‘y’. In het Nederlands vind je ook de minder gebruikelijke titel ‘van… tot’. Baron Gijsbrecht van Tuimelerdorp tot Buddinkhuyzen. Een van mijn speurders uit de verre toekomst heet ‘Percy d’Arezzo y MacShimonoseki’. Zijn voorouders arriveerden een kwart miljoen jaar te laat op Aarde nadat hun sterrenschip op hol geslagen was. De homo sapiens was intussen uitgestorven en zij eigenden zich daarom alle vacante titels toe. Zelfs de laagste tuinman werd zo op zijn minst een Hertog van Orleans of een Groot-Mufti van Persepolis.

Tussenvoegsels verzinnen

Je kunt ook een eigen tussenvoegsel verzinnen waarvan jij en je oplettende lezertjes natuurlijk wel de betekenis moeten kennen. Sim yid Burhak: de stad Sim op de top van berg Burhak. Riponga-sereth-Hammil: de stad Riponga – gebouwd op de ruïnes van –– de stad Hammil. Ik stel mij hier een strijdersvolk als de Gouden Horde voor dat een verslagen stad tot de laatste steen afbreekt en dan diezelfde stenen gebruikt om een nieuwe te bouwen. De naam handhaven is tegelijk een ‘lekker puh’ naar de verslagenen, en als waarschuwing naar andere vijanden. Zie en huiver!

Je hoeft exotische namen niet zelf te verzinnen. Zoek in het Oude Testament en bij de A is het meteen al raak: ABADDON אֲבַדּוֹן. In het Hebreeuws betekent het ‘Ruïne’ of ‘Vernietiging. In Openbaringen is dat een andere naam voor de Engel van Afgrond. Nog een: ABEDNEGO עֲבֵד־נְגוֹ betekent ‘dienaar van Nebo’. Nebo was de Babylonische god van de wijsheid. En, verder in het alfabet: Abimelech (mijn vader is een koning), Asthoreth (een van de vele godinnen van de liefde), Belshazzar, Tryphena, Uriel.

Ben je met Keltische fantasy bezig dan kom je een heel eind met dorpsnamen in gebieden waar nog Gaelic gesproken wordt. Zoom in op Wales of Ierland:

  • Afonwen, Amlwch, Ammanford
  • Blaenau Ffestiniog, Brynmawr.
  • Caernarfon

Plus nog wat bonus-dorpjes: Llandysul, Maesglas Miskin, en als klap op de vuurpijl: Ystradgynlais!

Vooral Jack Vance gebruikte dat soort namen en ik heb dat gretig van hem overgenomen. Bestaande namen hebben een soort ingebouwde geloofwaardigheid en dat vangt de lezer onbewust op. Ook als ze niet uit het land van herkomst komen, zal het toch een belletje doen rinkelen.

 

Zelf doen

Opdracht 1

Namen verzinnen alleen is niet genoeg. Namen die uit hetzelfde volk voortkomen, moeten iets met elkaar te maken hebben. Als je bijvoorbeeld naar Tolkiens dwergennamen in de Hobbit kijkt, zie je dat ze allemaal nogal kort zijn: Bifi, Nori, Gloin. Dat past goed bij het recht-door-zee en klets-niet-maar-hak-goud! karakter van dat soort lieden.

Je bent de secretaris van het huurmoordenaarsgilde. Je krijgt een lijst met namen van aspirantleden en moet noteren uit welk land ze waarschijnlijk afkomstig zijn. Maak zo’n lijst. Je mag overigens alle tijden en culturen gebruiken. De sluipmoordenaars kunnen, in dienst van de grote god Chronos, door de tijd reizen. Een eerste aanzetje:

Adolphus Werner von Hohenstraufen (Het Heilige Roomse Rijk)
Marcus Antonius (Romeinse keizerrijk)
Bjorn Bjornsson (Viking)
Murg (Dwerg, Ierland?)

Probeer tot de twintig te komen.

 

Opdracht 2

In de klassieke fantasy heb je een soort algemene aanspreekvorm voor hooggeboren lieden: ‘ser’ voor een man, ‘sera’ voor een vrouw. Het kan ook domweg beleefdheid zijn: je weet iemands rang niet, maar gaat er vanuit dat die rang aristocratisch is. George R.R. Martin gebruikt ser voor ridders op die manier. In het Hindi heb je ‘sahib’ als aanspreektitel voor een naam : ‘Sahib Thijs, I am your best friend! You want beer? You want beautiful girls?’ De Japanners voegen -san achter een naam toe: Teng-san. Verzin een dozijn eigen tussenvoegsels en hun betekenis van het ‘ben’ en ‘van… tot’ soort. Het mogen ook aanspreekvormen of titels zijn.

 

Genoten van deze les? Wil je meer weten over het schrijven van fantasy en aanverwante genres? In de cursus Fantasy in vogelvlucht van docent Tais Teng leer je alles over de verschillende regels en gebruiken die het genre te bieden heeft. Klik hier om je in te schrijven.

0 reacties op "Heren der Duisternis heten zelden Jan-Willem"

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2018 - Fantasy-Schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.
X