• LOGIN
  • Geen producten in je winkelmand.

De rol van autonome slechteriken in In de ban van de Ring

Wat doet een Balrog de hele dag?

Het is helemaal niet bekend wat Durins Vloek, de Balrog uit In de ban van de ring, nu eigenlijk de hele dag doet. Op de loer liggen, blijkbaar. Waarschijnlijk tandenknarsend, als hij tanden heeft. Misschien speelt hij Skyrim op zijn spelcomputer dat hij diep in de Nevelbergen heeft weggestopt. De dwergen leverden kortstondig plezier op en toen de orcs er kwamen wonen had de Balrog vast enige aanspraak. Misschien waren levendige discussies niet echt aan de orde, maar je kunt je voorstellen dat er epische drumsessies werden georganiseerd. Hoe het ook zei, de Balrog was vast erg enthousiast over de opschudding die Gandalf en zijn reisgezelschap veroorzaakten.

Het interessante aan de Balrog is dat hij slechts een bijzaak is in de centrale verhaallijn. Het is enigszins verrassend dat in een verhaal over de strijd om Sauron te verslaan, een van de meest toffe personages nauwelijks iets met deze Sauron van doen heeft. En de Balrog is wat dat betreft niet de enige…

Twee andere memorabele wezens – de Wachter in het Water en Shelob – zijn beide autonome slechteriken. Over Shelob, de enorme spin die Sam en Frodo tegenkomen, werd bijvoorbeeld verteld:  ‘Maar zij, die daar vóór Sauron was, was daar nog steeds […] en zij diende niemand anders dan zichzelf, het bloed van de Elfen en Mensen drinkend, opgeblazen en dik van het voortdurend nadenken over haar zwelgpartijen, webben van schaduw wevend; want alle levende dingen diende haar tot voedsel, en haar braaksel was de duisternis.*’ Ze is dus niet eens een ingelijfd kwaad door Sauron, maar een totaal ongeleid projectiel.

Shelob in de verfilming van In de ban van de ring

 

Dat is overigens geen klacht van mijn kant. Ik vind deze monsters geen fout in het boek, maar het is wel nuttig om je af te vragen waarom ze daar zijn. Wat heeft een fantasyboek aan het opvoeren van kwaadwillende wezens en krachten buiten de scope van het centrale conflict? Het zou voor Tolkien een kleine moeite zijn geweest ze in de gelederen van Sauron in te lijven, een kwestie van enkele aangepaste zinnen of alinea’s.

Het is verleidelijk te denken dat deze hulpmonsters er slechts zijn om bepaalde secties spannend te houden. Rondstruinen door de Mijnen van Moria zonder de Balrog zou zijn als een bezoekje aan de Ziggurats van de Maya’s; prachtig en historisch/archeologisch interessant, maar niet het soort bezoekjes waar je hart heel veel sneller gaat kloppen.

Je kunt echter ook wel stellen dat, hoewel ze niet gelieerd zijn aan Sauron, zowel Shelob als de Balrog de plot wel vooruit helpen. Het is lastig om Gandalf de Grijze terug te laten komen als Gandalf de Witte zonder de blootstelling aan de strijd en dood aan de hand van de Balrog. Maar aan de andere kant zou Gandalfs transformatie net zo gemakkelijk voltrokken kunnen zijn als de Balrog wel een van Saurons hulpjes was.

Dus, waarom die willekeurige monsters? Wat wordt er bereikt met deze versplinterde verspreiding van het Kwaad in In de ban van de ring? Heel veel, zo blijkt.

Boosaardige krachten

Het feit dat er vijanden en krachten buiten Sauron zijn suggereert iets cruciaals in de wereld van Midden Aarde en de strijd van de hoofdpersonages. Als alles was gecentreerd rondom Sauron en zijn funky sieraad, zou de overwinning aan het einde van het boek een absolute overwinning zijn. Het toevoegen van Shelob en de Balrog laat dan zien dat er een veel gecompliceerdere wereld is, een wereld die veel meer vijandigheid bevat dan we in eerste instantie vermoeden.

In de ban van de ring – J.R.R. Tolkien

Zelfs het verslaan van Sauron, zo realiseren we ons, zal Midden Aarde niet zuiveren van al het kwaad. Shelob, hoewel gewond, is nog niet dood aan het eind van het verhaal. Onze ontmoetingen met deze horrorwezens vertelt ons dat er in de vele grotten, bergen en bossen nog veel meer boosaardige krachten op ons wachten. Het kwaad is niet de creatie van Sauron, noch zal het verslagen zijn na zijn nederlaag.

Het is gedeeltelijk deze blijvende aard van het kwaad dat het einde van In de ban van de ring zo bitterzoet maakt. Een overwinning in deze wereld kan alleen maar tijdelijk zijn. Ergens buiten het bereik van het Goede is er altijd iets anders dreigends. Het Goede kan hier nooit de overhand krijgen; het beste dat het kan doen is volhouden.

Dit heeft natuurlijk ook consequenties voor de personages en hun strubbelingen. Frodo en Sam slagen, grotendeels, omdat hun heldendom zit in hun heldhaftige doorzettingsvermogen. Boromir zet bijvoorbeeld vol in op het heldendom in de strijd, maar hij mist de kwaliteit van het doorgaan, van hoop blijven houden in een wereld vol verschrikkingen. Hij is de perfecte persoon in een allesbeslissende strijd, maar in het verhaal van Tolkien is zo’n strijd, zo’n definitieve overwinning niet mogelijk. Boromir is ideaal in het sterven tijdens een glorieuze heldendaad, maar hij heeft niet de kracht om te leven, door te gaan, in een wereld die buiten het bereik van absolute verlossing lijkt te liggen.

Onze wereld, zoals die van Tolkien, is gevuld met Balrogs en Shelobs. En net als in die van Tolkien, is het nastreven van het Goede precies dat. Een streven, niet een eind. Heldendom ligt niet in de eindoverwinning – er ligt nu eenmaal altijd een andere draak of spin op de loer – maar in het doorgaan…

Vertaling van de hand van Max Schuchart, uit: In de ban van de Ring, J.R.R. Tolkien, Het Spectrum, 1997.

0 reacties op "De rol van autonome slechteriken in In de ban van de Ring"

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2018 - Fantasy-Schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.
X