• LOGIN
  • Geen producten in je winkelmand.

Religie in fantasy

Elk jaar vieren christenen over de hele wereld de wederopstanding van Jezus met een combinatie van kerkbezoek, eieren verstoppen en chocolade eten, waarbij ook een speciale plek is ingeruimd voor de paashaas. Het is niet echt schokkend om te melden dat veel christelijke feestdagen oude, heidense elementen hebben opgenomen in hun viering, en dat Pasen bijvoorbeeld tevens een feest van de lente als de vruchtbaarheid is. De eigenschap van het christendom om zich aan te passen aan vroegere tradities of zich erop aan te passen wordt juist gezien als een van de redenen voor de grote aantrekkingskracht ervan over de wereld.

Dat is natuurlijk niet alleen zo bij het christendom. Door de eeuwen heen hebben de Japanners bijvoorbeeld hun traditionele shinto met het boeddhisme (in de 6e eeuw geïmporteerd op de eilanden) samengesmolten tot een punt waarop het moeilijk te zeggen is waar de ene religie eindigt en de andere begint. Het boeddhisme is ontstaan ​​in India als een hervormingsbeweging binnen het hindoeïsme, en zij hebben toen interessant genoeg de twee godsdiensten weer terug verbonden door Boeddha als de negende avatar van Vishnu te bestempelen. Dit soort vermenging, leentjebuur en opnieuw toe-eigenen van namen en rituelen, zijn belangrijke redenen voor de complexiteit en verscheidenheid in de wereldreligies van vandaag.

Vreemd genoeg hebben fantasyschrijvers dit principe vaak niet vertaald in hun eigen bedachte godsdiensten. De goden en godinnen in fantasyliteratuur, hoe levendig ook, hebben de neiging monochromatisch te zijn; ze hebben meestal een enkele (of beperkte) functie of associatie, en als gevolg daarvan is de iconografie en aanbidding met betrekking tot deze goden relatief voorspelbaar.

R’hollor, de Heer van Vuur

Neem R’hllor uit George R.R. Martins Het Lied van IJs en Vuur. R’hllor is een god van licht en vuur, en dus is het geen schok om te ontdekken dat zijn priesters en priesteressen rood dragen, dat ze de toekomst in de vlammen lezen en dat ze graag dingen verbranden. Begrijp me nu niet verkeerd: ik hou van R’hllor. Ik hou van de verhalen over Azor Ahai. Ik vind het ook een leuk detail dat Martin erop wijst dat de god van de vlam ook, bij wijze van logische extrahering, de god van de schaduw is.

Maar het is best leerzaam om R’hllor te vergelijken met Agni, uit de hindoestaanse godenwereld. Agni is ook een vuurgod (zijn naam is verwant aan de Latijnse ignus, waar ook het Engelse ignite vandaan komt), maar hij is veel meer dan dat. Hij is ook tweekoppig en driebenig. Hij is een boodschappersgod. Volgens de Rig-Veda is hij ontstaan ​​en verblijft hij in het water, een vreemd kenmerk van een vuurgod. In sommige tradities is Agni een god van seks en mannelijkheid. In andere tradities is hij helemaal niet zijn eigen god, maar een incarnatie van Brahma, of misschien Shiva. Wat dit allemaal duidelijk maakt is dat Martins creatie R’hllor veel netter is, veel meer verklaarbaar.

Of neem het godenpantheon van Dragonlance, de wereld waarin de boeken van Tracy Hickman en Margaret Weis zich afspelen, in eerste opzicht een complexe en intrigerende verzameling personages. Elke god en godin heeft zijn of haar eigen interesses, motieven en aanhangers. Er zijn nogal wat namen om te leren, maar desalniettemin is het nog steeds redelijk eenvoudig om deze goden samen te vatten. Een blik op de afbeelding hierboven (uit deze wiki) laat zien dat ze gemakkelijk gecategoriseerd kunnen worden. Branchala is de god van inspiratie, Sirrion is de god van de vlam, Reorx is de god van de smidse, en ga zo maar door. Bovendien is het pantheon zelf rigide georganiseerd met het oog op balans: ‘Elke groep goden heeft zeven leden, met één hoofdgod, vijf kleinere en een god van de magie.’ Heel overzichtelijk. Ik hou van structuur en daarom apprecieer ik de moeite die is gestoken om het pantheon te ordenen. Maar toch, deze zorgvuldige systematiek is volkomen anders dan de samengeraapte pantheons van religies die we kennen uit onze eigen wereld, met hun willekeurigheid en tegenstrijdigheden.

Discrepanties

Een snelle blik op het Dodekatheon, de twaalf Olympische goden uit de Griekse traditie, zou moeten illustreren wat ik bedoel met rommeligheid en tegenspraak. Deze twaalf waren de Oppergoden, degenen die de Titanen versloegen, de strijdmakkers van Zeus die op de bergtop Olympus verblijven. Maar er is geen echte overeenstemming over welke goden deel uitmaken van de lijst. Soms is Hades erbij. Soms niet. Of Persephone. Hestia? Asclepius? Soms wel, soms niet. Allemaal afhankelijk van de schrijver, zijn of haar locatie of tijdsperiode. Hetzelfde geldt voor de twaalf apostelen van Christus; de lijst met namen varieert van evangelie tot evangelie. Ik stel me zo voor dat Christus niet blij zou zijn dat we dit detail hebben verknoeid, maar helaas weten we hierover niks zeker..

De redenen voor deze discrepanties zijn duidelijk: in tegenstelling tot de pantheons van de fantasy, die de producten zijn van een enkele geest (of twee geesten, in het geval van Dragonlance) die werkt aan een specifiek doel, ontwikkelden de religies van onze echte wereld zich in de loop van de eeuwen, onder de druk van historische omstandigheid en de broosheid van menselijke communicatie en herinnering. De vraag voor de schrijver van de fantasy wordt dan of het een roman zou verrijken om een ​​”rommelige” religie te creëren. Zou de verwarring en tegenstrijdigheid van de echte wereld zorgen voor een rijkere setting, of is het juist iets van de echte wereld waar we in de fantasy aan willen ontsnappen?

0 reacties op "Religie in fantasy"

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2019 - Fantasy schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.