• LOGIN
  • Geen producten in je winkelmand.

Zwaardvechten en bier drinken, het probleem van meesterschap

Samen met mijn vrienden speel ik af en toe een spel genaamd Shotgun-Shotgun. Je neemt een blikje bier, zet het op een boomstronk neer, schiet met een luchtpistool een gat erin en rent erheen om het bier eruit te drinken. Ik kan je vertellen dat ik best goed ben in het spel, en ook al spelen we het slechts sporadisch, ik zou er niet zo snel beter in kunnen worden. Dat is omdat het eigenlijk maar een simpel spelletje is.

Hierin is het het tegenovergestelde van schaken. Schaken, zo is mij verteld, vereist tienduizend uur om meester te worden. Tienduizend uur, overigens, voor iemand die al heel erg goed is in het spel. Deze tienduizend uur regel is volgens mij op een heel breed spectrum aan activiteiten van toepassing, zoals ook basketbal of het bespelen van de viool. Om echt ergens een expert in te worden, zo is onderzocht, zul je tienduizend uur aan studie/oefening erin moeten steken.

En dat is een serieus probleem voor fantasyschrijvers. Of, beter gezegd, een serieus probleem voor de personages over wie de fantasyschrijvers schrijven.

Omslag illustratie van Het Oog van de Wereld, door Darrell K. Sweet

Neem bijvoorbeeld het oude cliché van de boerenjongen die gedurende het verhaal een zwaardmeester wordt. Laten we allereerst aannemen dat de jongeman het vereiste talent heeft. En laten we hem een voorsprongetje geven van een paar honderd uur vanwege al het spelen met een schoffel. Dan heeft hij alsnog 9.700 uur nodig voor het volledig beheersen van Kvaaana’va, de eeuwenoude zwaardvechtstijl van zijn volk.

En laten we nu eens kijken naar het mysterieuze geval van Rhand Altor (pas op voor spoilers voor Het Rad des Tijds).

Uren tellen

Voor zover we weten is de eerste keer dat Rhand überhaupt een zwaard vasthoudt in het derde of vierde hoofdstuk van het eerste boek, Het Oog van de Wereld. En toch, aan het einde van het tweede boek (De Grote Jacht) weet hij zich staande te houden tegenover een van de Verzakers. Dit wordt dan waarschijnlijk verklaard door de verschillende lessen die hij heeft weten te nemen tijdens het ronddwalen, wegrennen van de Trolloks en het spelen van de fluit. Er is nauwelijks een half jaar voorbijgegaan sinds hij een zwaard heeft vastgehouden en nu weet hij een zwaardmeester het hoofd te bieden? Voor iedereen die geen rekenmachine in de buurt heeft, een half jaar is ongeveer 4.300 uur, en dat zijn alle uren in alle dagen.

Gezien het belabberde trainingsschema van Rhand, dat niet eens geschikt is voor een scrabble club van de middelbare school, laat staan voor de krijgskunst van het belangrijkste personage uit de serie, is het zeer verrassend dat hij zo snel, zo goed wordt.

Het is natuurlijk een beetje lullig om uren te gaan tellen en activiteiten te vergelijken. We schrijven nou eenmaal fictie, en wat dat betreft ben ik heus wel bereid enige flexibiliteit te tonen. In het geval van Rhand is de geloofwaardigheid echter zo ver te zoeken, dat het zelfs voor fantasy wat ver gaat. Als Rhand in een paar weken tijd zo goed kan worden in zwaardvechten, lijkt het erop dat ieder personage alles zou kunnen doen wat ze willen. En dat blijkt inderdaad ook wel, als je ziet wat de andere hoofdpersonages in de latere boeken allemaal voor vaardigheden onder de knie krijgen. Vergeet niet dat de hele serie niet meer dan twee jaar overspant, de laatste acht boeken beschrijven zelfs minder dan twaalf maanden.

Jordan is trouwens niet de enige schrijver als het neerkomt op dit soort ongeloofwaardige meesterschap. Een van de redenen hiervoor is dat fantasy vaak ook een coming of age-verhaal is, een feit dat de schrijver bepaalde restricties oplegt. De eerste keuze is dan om het leerproces (van zwaardvechtkunst, boogschietkunst, magie of politieke ervaring of wat dan ook) te comprimeren tot een belachelijk kort tijdsbestek. De tweede mogelijkheid is om het verhaal qua tijd uit te spreiden om de nodige training te ondervangen. Het verlengen van het tijdsbestek geeft mogelijkheden om de benodigde training te ondergaan, maar dan loopt de schrijver weer het risico de narratieve urgentie te verdunnen.

Mogelijke oplossingen

Omslag In de Schaduw van de Raaf 1: Vaelin Al Sorna

Natuurlijk hebben schrijvers een manier gevonden om dit probleem te ondervangen. Anthony Ryan bijvoorbeeld, auteur van het schitterende In de Schaduw van de Raaf, gebruikt de raamvertelling, een narratieve methode dat zich afspeelt in het heden, om daarbinnen met terugblikken stukken van de vele jaren van training en zelfontdekking te kunnen vertellen. Zonder het bovenliggende  kader lijkt het verhaal te rammelen, maar uiteindelijk herinnert het ons eraan dat alles gericht is op een uiteindelijke climax. Het geeft ons een speciale inkijk in het verhaal dat ons doet snappen dat er vele jaren zijn verstreken. Het is een slimme aanpak en Ryan gebruikt het meesterlijk.

Ursula K. Le Guin deed iets anders in haar Aardzee serie. Elk boek behandelt namelijk een relatief korte periode, een paar weken of maanden (hoewel het eerste deel, Machten van Aardzee langer is). Dit geeft ons de intensiteit en focus dat je mist in de verhalen die zich uitstrekken over langere periode. Het verstrijken van de tijd en het uitbreiden van de macht en vaardigheden van Ged speelt zich af tussen de verschillende boeken. De jaren gaan voorbij en Ged wordt steeds machtiger, en toch hoeven we niet elke stap mee te maken. In de plaats daarvan laat Le Guin ons telkens de cruciale punten in het verhaal van Ged zien.

Een derde aanpak, een die vaak voorkomt in het genre, is om te starten met een jonger personage wiens training zo goed als voorbij is en die op het punt staat een grote doorbraak mee te maken. N.K. Jemisin gebruikt dit heel goed in haar prachtige The Killing Moon, waar Nijiri het grootste gedeelte van haar training al achter de rug heeft als het boek begint. Dit geeft Jemisin de kans om in het verhaal de aandacht te richten op de laatste stappen, de laatste lessen die worden overgedragen van docent naar student.

Ik weet zeker dat er meer manieren zijn om de moeilijkheden rondom tijd en training te behandelen, en ik ben erg benieuwd naar hoe andere schrijvers dat aanpakken. Voor nu, verontschuldig me, ik ga verder met mijn eigen tienduizend uur van training. Was er maar een Lan al’Mandragoran die mij in een paar lessen tussen bier drinken en sleetje rijden kon omtoveren tot een meesterschrijver…

0 reacties op "Zwaardvechten en bier drinken, het probleem van meesterschap"

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2018 - Fantasy-Schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.
X