• LOGIN
  • Geen producten in je winkelmand.

Les 1.2: Magische hulpmiddelen

Voor magie kun je ook gebruik maken van een wezen dat van zichzelf magisch is: een engel of een heilige, een djinn, een duivel, dat soort werk.

De eerste soort magie: hulp van magische wezens

Laat ik het mooi traditioneel brengen in de vorm van een scène die je in veel fantasyromans aantreft:

‘Luister, leerling…’ De magister blies een blauwe rookring uit die naar vermiljoen verschoot om als een zwerm gonzende horzels te eindigen. ‘Luister, leerling, er zijn twee soorten magie. Bij de eerste soort magie tover je niet zelf. Je hebt de hulp van een wezen nodig dat om te beginnen al magisch is: een engel of een heilige, een djinn, een duivel. Bij de tweede soort magie pas je zelf je eigen krachten toe om iets te bereiken.’ Hierover later meer.  Laten we beginnen bij de eerste soort.

Bijna alle christelijke en islamitische magie berust op het principe dat je een magisch wezen aanroept om jou te helpen.

De Lyonesse trilogie, onlangs heruitgegeven door Spatterlight

De Lyonesse-trilogie van Jack Vance is hiervan een prachtig voorbeeld: daarin wordt alle magie geleend van getemde geesten. Geen van de tovenaars kan zelf toveren.

Je kunt als heks natuurlijk beleefd en nederig een hoger wezen om hulp vragen, bijvoorbeeld door te bidden. Je moet dan maar afwachten of dat enig resultaat oplevert. Handiger is het om zo’n magische figuur op te roepen en hem te dwingen je te helpen.

Deze magische wezens zijn echter zonder uitzondering levensgevaarlijk en waarschijnlijk aanzienlijk machtiger en intelligenter dan jij.

Er is echter een basistruc: zodra jij zijn ‘ware naam’ te weten komt, krijg je macht over het wezen. Absolute macht. Dit principe geldt trouwens ook in onze maatschappij: wie jouw pincode kent en dus jouw ‘ware’ naam, kan je rekening plunderen. In het extreemste geval wordt hij zelfs tijdelijk jou – denk aan identiteitsfraude.

Dit is bijvoorbeeld bij voodoo het geval, waarbij de god in het lijf van de aanbidder gezogen wordt door wild gedans en woest getrommel en de god met diens tong begint te spreken. Omstanders kunnen zo’n god dan om gunsten of voorspellingen vragen, zoals de uitkomst van de lotto.

Goed, je roept een demon op met zijn ware naam, Hij verschijnt in je studentenkamer en scheurt je aan stukken.

Oeps, vergeten je pentagram tevoorschijn te halen.

 

Tovercirkels en pentagrammen

Voor het oproepen van een magisch wezen is zijn ware naam dus genoeg, maar om hem te binden, om hem tot je slaaf te maken, heb je veel meer nodig. In het ergste geval moet je zijn voorouders opsommen, al zijn attributen, titels en bijnamen.

Een klein voorbeeld uit onze eigen cultuur: Maria is, behalve de Heilige Maagd, ook de Moeder van God, de Trooster der Zieken en de Sterre der Zee.

Laten we zeggen dat de ware naam de logincode is en de rest van de bijnamen het wachtwoord.

Je moet het magische wezen ook vertellen wat je van hem of haar wenst. Heel precies: vraag niet zomaar om een berg goud. Waarschijnlijk bezorgt hij je die dan als een inslaande planetoïde met jou op ground zero. Heel wat fantasyverhalen en ook oude sprookjes gaan over domme en fatale wensen. Denk aan de man die per ongeluk een worst aan de neus van zijn vrouw wenste,  of koning Midas die wenste dat alles wat hij aanraakte van goud werd.

 

Tovercirkels dienen om je de tijd te geven heel dat verhaal af te steken

Tovercirkels bieden je bescherming tegen een demon. Ze vormen een magische barrière om het wezen heen, of juist om jouzelf. Het kunnen hexagrammen (zeskantige sterren), pentagrammen of met maagdenbloed getrokken cirkels zijn.

Heel handig en bijzonder krachtig zijn cirkels die al fysiek bestaan: een heksenkring van zwammen of een ring menhirs. Gewoon met krijt een tovercirkel trekken kan natuurlijk ook. Zorg er alleen voor dat er geen onderbrekingen in je streep zitten. Bij een hiaat kan een demon zo de cirkel uitstappen.

Vaak schrijf je op de hoekpunten stukjes van zijn ware naam. Wat ook helpt is de naam van zijn baas of zijn allergrootste vijand op te schrijven. Als je geen spelfouten maakt, verschijnt de demon en kan hij niet buiten de cirkel stappen.

Je kunt hem ook direct aanroepen. ‘Gargamel,’ galm je bijvoorbeeld (als het om een wat humoristischer verhaal gaat). ‘Zoon van de Kol van Ruigoord en Antonio de Ketellapper, Plaag der Smurfen, kattenbrokkenstrooier van Azraël, zorg dat het meisje (of de jongen) van de studentenkamer boven mij verliefd op mij wordt of ik…’

Je begrijpt het principe. Deze vorm van magie berust volkomen op dwingen en bedreigen: in magisch opzicht heb je zelf geen enkel talent nodig en een toverboek is in dit geval niet veel meer dan een soort telefoonboek (met een lange lijst namen en mythologische roddels over iedere persoon).

De tovercirkel dient dus als een soort prikkeldraadhek om de demon tegen te houden: hij kan niet over de lijnen stappen. Deze methode kun je gebruiken als je hem in je eigen kasteelkelder oproept.

Sta je echter in een vervloekt woud of op een kerkhof, dan zit je op zijn territorium. In zo’n geval keer je de situatie om: jij blijft binnen de cirkel zodat hij je niet kan aanraken.

Op de punten van je zeskantige ster zet je niet zijn namen, maar juist die van zijn doodsvijanden of van heiligen.

Handig is ook om de ware naam van de god te gebruiken – in de bestaande wereldreligies zijn dat Jehovah, Jahweh of het eenvoudige INRI van Christus. Alle duivels uit de hel hebben trouwens hun eigen tovercirkel, hun zegel, waarin je ze kunt oproepen, al is het slim er zelf een extra cirkel omheen te trekken. Het is eerder om ze te lokken dan ze op te sluiten.

 

De machtigste zegel is de Zegel van koning Salomo

Zegel van Salomon, via Wikipedia

Hij sloot de djinns op in koperen kruiken en drukte zijn eigen zegel in de hete lak van de stop af. Geen djinn kon zijn zegel verbreken.

Een aardig weetje: de katholieke kerk besloot al in de middeleeuwen dat er geen witte magie bestaat, dat wil zeggen: magie die wordt toegepast zonder boze bedoelingen. Alle magie vindt plaats met hulp van duivels. Bovendien kun je nooit met magie een engel of een heilige oproepen.

Als er dus iemand in je tovercirkel verschijnt, dan moet het een duivel zijn. Zelfs als hij witte vleugels heeft, dan zijn ze waarschijnlijk toch lichtelijk geschroeid aan de slagpennen. En ook als hij zich Antonius noemt, komt hij waarschijnlijk niet je verloren USB-stick terugbrengen.

Veel gelovigen redeneren als volgt: engelen zijn de boodschappers van God. Zij worden door Hem naar jou toegestuurd en komen absoluut niet op afroep. Alleen gevallen engelen zijn te commanderen. En een heilige verschijnt alleen op eigen initiatief en na lange en nederige gebeden.

Als een engel oproepen je toch lukt, heb je een veel groter probleem dan bij een duivel. Engelen zijn de krijgers met vlammende zwaarden die de oorlog met Satan wonnen. Een oorlog winnen, doe je zelden door aardiger dan je vijand te zijn…

BEKIJK ALLE Maak notitie
YOU
Plaats een opmerking
 

Meest populair

© 2018 - Fantasy-Schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.
X