• LOGIN
  • Geen producten in je winkelmand.

Les 1.3: Wetten van Magie

Bij de tweede vorm van magie maak je geen gebruik van een magisch wezen met bijzondere krachten, maar komt het aan op je eigen talent en kunde.

De tweede soort magie: het zelf toepassen van de Drie Wetten

De Eerste Wet van Magie luidt: een deel blijft altijd met het oorspronkelijke geheel verbonden.

Als jij bijvoorbeeld een enkele haar van je rivale in handen weet te krijgen, heb je macht over heel haar lichaam. Je kunt een rattenvacht op haar benen laten groeien, alle krullen uit haar golvende tressen strijken. Hetzelfde geldt voor een huidschilfer (geef haar hiermee bijvoorbeeld magische eczeem en steenpuisten) of nog beter: een druppel bloed, voor nog engere aandoeningen.

Een deel van iemand hoeft niet noodzakelijk iets lichamelijks te zijn. Het kan ook een voorwerp zijn dat hij persoonlijk als een deel van zichzelf ziet: de favoriete hamer van de timmerman, het kapmes met een kerf voor elk slachtoffer van de seriemoordenaar, het favoriete stokje van de dirigent dat nog van zijn overgrootvader afkomstig is.

De Tweede Wet luidt: de afbeelding is onlosmakelijk verbonden met het afgebeelde.

Een portret of borstbeeld van iemand geeft je macht over hem. Misschien begrijp je nu waarom die tapijtverkoper in Nairobi zo woedend werd toen je een foto van hem nam? Een afbeelding blijft altijd een deel van iemand: met je ‘klik’ stal je als het ware een stukje van zijn ziel en probeerde je hem in zijn opvatting tot je slaaf te maken. In de Derde Wereld begrijpen ze de principes van magie heel wat beter dan wij.

Een mooi voorbeeld van het omgekeerde effect is Het portret van Dorian Gray van Oscar Wilde, waarin de hoofdpersoon een schilderij van zichzelf oud en verlopen laat worden, terwijl hij persoonlijk jong en knap blijft, hoeveel hij ook zuipt en hoereert.

Een moderne magister zou waarschijnlijk met de DNA-code van zijn slachtoffer werken. Je DNA is in principe een erg uitgebreide afbeelding van je hele lichaam. Een beter plaatje kan een zwarte magiër zich amper wensen.

De Derde Wet luidt: iemands naam staat voor de persoon zelf.

Bij het oproepen van de demon hadden we zijn ware naam al gebruikt, zijn geheime magische naam.

Bij veel volkeren krijgt een baby pas een naam als hij duidelijk gezond is. Anders zouden boze geesten zijn naam kunnen gebruiken om hem ziek te maken of zijn ziel te roven. Denk bij het christendom aan de doopnaam van een kind. Zo’n naam krijgt het pas als het gedoopt wordt en dus veilig is voor boze geesten.

Mensen met andere overtuigingen nemen helemaal het zekere voor het onzekere: daar krijgt een kind een geheime naam die alleen hij en later mogelijk een geliefde ooit kent. Bij Indiaanse stammen moest een jongen de bergen intrekken om, dromend, zijn eigen, ware naam te vinden.

Deze wet gaat iets verder dan alleen iemands ware naam: ook andere namen en beschrijvingen geven je macht over je slachtoffer.

Dit principe geldt ook in onze eigen maatschappij: vervang ‘naam’ door ‘reputatie’. Roddel is niets anders dan zwarte magie waarbij je iemand een nieuwe, vernietigende naam geeft. Jaap de wanbetaler, Achmed de snelheidsduivel, Anneke de winkeldief.

Het hoeft niet eens een juiste beschrijving te zijn, zolang er maar genoeg mensen in geloven. Goden hebben hetzelfde probleem: als genoeg aanbidders de god Hephaistos ‘Hephaistos Hinkepoot’ noemen, gaat hij vanzelf met zijn been slepen.

 

Vervloek je eigen buurman: een casestudy

Laten we onze kennis eens toepassen op je buurman Bennie, die vorige week nog met zijn vers gestolen Harley dwars door je kruidentuin met rozemarijn, tijm en dollekervel scheurde en om halfdrie ’s nachts cd’s van André Hazes draait.

Met een voodoopoppetje kunnen we alle principes tegelijk toepassen. We kneden een poppetje van was, trekken hem een mooi leren jasje aan en zetten hem op een plastic motortje van hetzelfde merk dat de buurman bezit. We hoeven geen meesterboetseerder te zijn om aan een goed gelijkend gezicht te komen: gewoon een foto op je smartphone maken en dat postzegelklein afdrukken.

Mocht je het nog beter willen doen: op internet kun je aan de hand van foto’s een prachtig masker laten maken (Wet 2: de afbeelding is onlosmakelijk verbonden met het afgebeelde).

Op het hoofdje plakken we een van zijn haren en op de buik smeren we zijn spuug. Handig toch dat hij zo vaak op je stoep fluimde? Een nagel wil ook wel lukken. Bennie knipt ze nooit, maar bijt ze af terwijl hij voor zijn huis naast een kratje pils zit te boeren. (Wet 1 : een deel blijft altijd met het oorspronkelijke geheel verbonden).

Vervolgens schrijven we zijn naam met rode inkt op de blote poppenbuik plus wat toevoegsels die hem verder beschrijven als Benny de zuipschuit, de fluimer, de brulaap (Wet 3: iemands naam staat voor de persoon zelf).

Ons poppetje is klaar en het is in feite je buurman zelf geworden. Alles wat het popje verder overkomt, zal hem ook overkomen.

Eens kijken: als je nu dat haartje eens uittrok, het poppetje vervolgens in de vriezer legde en daarna in de magnetron? Laten we het anders zeggen: als je geen fouten gemaakt hebt, zou het mij bijzonder verbazen als je ooit nog last van je buurman krijgt.

Nog een waarschuwing voor amateurheksen: lik nooit aan je vingers als je het poppetje kneedt (Wet 1). Je kunt zelfs beter van die dunne chirurgische handschoenen dragen om geen vingerafdrukken achter te laten. Een vingerafdruk doet het ook goed voor Wet 2, want deze vormt zowel een prachtig soort afbeelding van jezelf als een onderdeel van je ware naam. Dat zal elke detective je kunnen vertellen.

BEKIJK ALLE Maak notitie
YOU
Plaats een opmerking
 

Meest populair

© 2018 - Fantasy-Schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.
X