• LOGIN
  • Geen producten in je winkelmand.

Les 1: Moeilijkheden met verzonnen wezens

Als fantasyschrijvers niet-bestaande en bovennatuurlijke wezens in hun verhalen en romans verwerken, kunnen ze twee belangrijke fouten maken.

 

Moeilijkheden met verzonnen wezens

Soms verzinnen ze zelf een nieuw wezen dat ze net zo goed ‘draak’ of ‘dwerg’ hadden kunnen noemen. Hang naar originaliteit leidt hier tot overbodige vervreemding. De schrijver wil dan een eigen wereld bouwen, en die zo weinig mogelijk op vertrouwde, bestaande of uit verhalen bekende werelden laten lijken. Maar ook de wonderlijkste verhalen moeten het hebben van een evenwicht tussen vreemdheid en vertrouwdheid! En het verzinnen van een rare naam voor een wezen maakt noch dat wezen, noch je verhaal origineel. Er valt genoeg eigens te doen met heksen, tovenaars, reuzen en noem maar op. En als dat niet lukt, helpt ze een andere naam geven ook niet.

Waarbij ik dan meteen toegeef dat er soms wél een goede reden is om zelf ergens een naam voor te verzinnen. Want de andere fout is misschien nog ergerlijker: een bestaande naam van een fabelwezen lukraak gebruiken en daar helemaal je eigen soort wezen omheen spinnen. Helemaal strikt hoef je, en kun je je niet eens houden aan het karakter van een heks of een dwerg zoals je die in sprookjes tegenkomt. Maar een beetje weten wat die wezens inhouden in de traditie, en gebruikmaken van de kracht daarvan, is beslist handiger dan telkens weer zelf het wiel willen uitvinden.

In de komende lessen vind je wat meer informatie over de eigenschappen die verschillende wezens in de traditie van het oerverhaal hebben. Dit geeft je uitgangspunten om op voort te bouwen in je eigen verhaal, en eventueel met mate van af te wijken.

BEKIJK ALLE Maak notitie
YOU
Plaats een opmerking
 

Meest populair

© 2018 - Fantasy-Schrijven, onderdeel van Schrijversmarkt.
X